Nederlands - Nederland
inZaken  »  Hongarije  »  Archief
 

Tweede hands, grote kans?

Article hasn't been rated yet. You need to be logged in to rate an article.

Gepubliceerd door: Anton Wetters Gepubliceerd op: Saturday 17 April 2010, 12:13

De crisis, de Hongaarse staat en de zwarte markt

Echt eerlijk kunnen we het allemaal met de beste wil van de wereld niet (meer) noemen. Na eeuwen van oorlogen, bezettingen, opstanden en revoluties doemde in Hongarije twee decennia geleden de laatste hindernis op die overwonnen moest worden: de ontsnapping uit de plan- en ruileconomie, en uit de psychologische en militaire indoctrinatie  opgelegd door de Sovjet-Unie.

 

De prijs voor aansluiting bij het ‘vrije’ Westen en haar economisch concurrentiemodel is echter een hoge en oneerlijke geweest. Oneerlijk sowieso, simpelweg om je grenzen open te (moeten) zetten voor westerse bedrijven, voor wie concurreren en internationaal handeldrijven een dagelijkse aangelegenheid is. Gewend aan plan- en ruileconomie was Hongarije geenszins opgewassen tegen de invasie van multinationals uit het Westen. Getuige daarvan is de overvloedige aanwezigheid van laatst genoemden in de voormalige Oostbloklanden.

 

Hoog is de prijs, en dan nu in harde valuta, ook geweest voor aansluiting aan dan ineens wel heel dure militaire en internationale organisaties. Aangeslagen en op sommige terreinen herstellend van de opgelopen verwondingen, doemt eind 2008 wederom een voor hen nieuw fenomeen uit de westerse hoek op en luistert naar de naam ‘financiële crisis’. Wat doet de Hongaarse staat en de (detail)handel in deze tijden voor de bevolking c.q. klanten en welk marktsegment floreert als nooit tevoren?

 

Het antwoord van de Hongaarse staat
Zoals zoveel regeringen komt ook de Hongaarse niet veel verder dan leningen aanvragen, belastingen en allerlei andere tarieven verhogen. In de meest recente maanden zijn bijvoorbeeld de tarieven voor bus- en treinvervoer wederom verhoogd. Het rijtje kan nog afgemaakt worden met de verhoging van accijns op sigaretten en alcohol, op gas- en benzineprijzen, op de kosten van medicijnen en medicinale behandelingen. Maar de belastingtarieven voor bedrijven en kadastrale heffingen zijn ook niet ongemoeid gebleven.

 

De bevolking die het op een beperkt aantal rijken na toch al niet makkelijk had, draait zich in allerlei bochten om het hoofd dagelijks boven water te houden en meent dat een machtswisseling in de regering (de nationale verkiezingen zijn begin april 2010) mogelijk een antwoord daarop is. We zullen zien.

 

Het antwoord van de (detail)handel
Op de financiële crisis wordt gelukkig door veel bedrijven ingespeeld. Supermarkten (meestal in handen van buitenlandse bedrijven) verzinnen de één na de andere actie (het winnen van reizen, 2 halen 1 betalen, vandaag product x 70% goedkoper zolang de voorraad strekt, loterijen enz.) in de strijd om de gunst van de niet al te kapitaalkrachtige klant te winnen. Men vraagt zich af hoe hoog hun inkomsten vóór de crisis dan wel niet waren. Voor zover de dagelijkse consumptie-artikelen.

 

Op het gebied van gebruiksartikelen floreert de markt van tweedehandsproducten als nooit tevoren. Op het terrein van kleding bestaan reeds lang de zogenoemde ‘Chinese winkels‘. Deze hadden vrijwel een monopoliepositie en een naam op het gebied van verkoop van goedkope, veelal nieuwe kleding. Deze winkels leverden zeg maar aan de ‘onderkant‘ van de markt. Voor hen zouden deze tijden dus welhaast het summum moeten zijn, maar ze hebben er een zware, voornamelijk een uit Hongaren bestaande,  concurrent bij gekregen, die in talloze winkels en op markten tweedehandskleding aanbieden.

 

Het aanbod en het aantal locaties is zo groot geworden, dat inspringen op die markt reeds zinloos is geworden. Honderden vrachtwagens per dag komen het land binnen met veelal kleding uit Noord – West- Europa en de prijzen in de winkels en op markten liggen nu ongeveer op 2 Euro per 1 á 2 kilo kleding en dan kan men ook nog selecteren.

 

Een andere populaire markt van gebruiksartikelen is de meubelhandel. Net name meubelen uit Nederland (Holland Bútor) kunt u in vrijwel elk provinciestadje aantreffen.  Vreemd genoeg is het tweedehands aanbod van witgoed en daarnaast van bijvoorbeeld keukens uitermate gering, terwijl dat toch aankopen zijn die in het huishoudbudget  hakken. Voorts lijkt het aanbod in West-Europa daarvan bijna onuitputtelijk en zijn kosten voor opslag en ruimte alhier uitermate laag. Mogelijk dat de transportkosten daar debet aan zijn.

 

Voor de bouw zijn er reeds zwarte markten ontstaan waar zaken als tweedehands ramen, maar ook deuren, houten trappen, dakpannen,tegels, douchebakken, ligbaden volop verkrijgbaar zijn. Voor diegene die opzoek is naar een tweedehands auto is de keus zo enorm dat men bij wijze van spreken slechts met de fiets de hoek om hoeft om met een goedkope auto terug te keren. Die fiets was dan waarschijnlijk geen tweedehands, want ook op dat terrein (en Hongaren zijn ook geen echte fietsers) lijkt er nog ruimte.

 

De (zwarte) markten
De Hongaarse overheid, in haar strijd tegen het gigantische begrotingstekort en overal op zoek naar inkomsten, heeft recentelijk bekend gemaakt dat naar hun vermoeden (wie zal het weten?) de omzet in het grijze en zwarte circuit 400 miljard HUF per jaar bedraagt. Uitgaande van een belastingpercentage voor de staat van 25 tot 30% loopt men hier inderdaad een redelijk hoog bedrag mis. De vraag is echter of dat circuit ooit is uit te bannen en wat daarvan de kosten voor de staat zullen zijn. En gezien de traagheid en de enorme papierwinkel waarmee de overheid nog steeds al haar deels zelf verkozen taken vervult, lijkt het terugdringen hiervan, laat staan het uitbannen van  deze economische tak niets minder dan een illusie.

 

Daarnaast -niet aan te tonen en daarmee inherent aan het verschijnsel- bestaat er in Hongarije een omvangrijk corruptieprobleem. Als ik zeg dat dit welhaast een dagelijks verschijnsel in de media en gesprekstof onder de bevolking is, overdrijf ik echt niet. Talloze aanwijzingen zijn er dat de overheid daar voor een deel geen schone maar ook ‘zwarte’ handen in heeft en aldus een dualistische positie inneemt in plaats van een voorbeeldfunctie.

 

Waarschijnlijk slechts voor een klein deel verantwoordelijk voor het bovengenoemde bedrag in het grijze en zwarte circuit, zijn de opkomst van de ‘vrijmarkten’. Tot zelfs in kleine dorpjes, dringt deze vorm van vrijhandel door, weliswaar slechts op één vaste dag in de week. Wanneer men een bezoekje brengt aan grotere plaatsen, kan men behoorlijk grote markten aantreffen die de meest onwaarschijnlijke en variabele producten aanbieden. Kijk niet raar op als u op zo’n openluchtmarkt bijvoorbeeld uiterst fraai en handgemaakt nieuw meubilair en tapijten aantreft voor absurd lage prijzen, welke u nog met nog eens 10 tot 20% kunt verlagen als u de kunst van het onderhandelen verstaat. De reden waarom klanten naar deze markten gaan ligt voor de hand en als u weet dat een simpel horecabedrijf (met een omzet, let wel geen inkomen) van in dit geval 60 Euro per dag liefst 29 verschillende vormen van belasting moet betalen en dan nog maar te zwijgen over de daaruit ontstane papierwinkel, dan is het duidelijk dat handel vanuit een vast verkooppunt, als een winkel, de eigenaar tot een ‘sitting duck’ voor de falende overheid maakt.

 

Waarschijnlijk hebben we nog lang het einde van deze langzamerhand steeds inventiever wordende handel niet gezien. Op zich is dat mooi en kan dat een aanwinst voor alle betrokken partijen zijn. Er bestaat alleen oprechte vrees dat de staat een leven op zichzelf leidt, vastgelopen in een door haarzelf gesponnen web waaruit de Hongaren op allerlei manieren proberen te (ont)vluchten.

 

Article hasn't been rated yet. You need to be logged in to rate an article.

reacties

plaats een bericht

u moet ingelogd zijn om te kunnen reageren

  • Facebook
  • LinkedIn
  • Twitter