Passieconcert: “VIA CRUCIS” door het Strijps Kamerkoor, Eindhoven
Zaterdag 6 maart 2010: Hongaarse passiemuziek; St. Catharinakerk in Eindhoven.
Sinds 2005 brengt het Strijps Kamerkoor o.l.v. Wilko Brouwers jaarlijks een Passieconcert, waarin koorwerken en gesproken teksten elkaar afwisselen en één geheel vormen. Ter gelegenheid van het 50-jarig bestaan van het koor kreeg het Passieconcert van 2010, door de medewerking van diverse vocale solisten en instrumentalisten én door de bijzondere programmering, een heel speciaal karakter. Aan het concert op 6 maart werkten mee: Louise Rijs, alt; Martijn Sanders, bas; Ruud Huijbregts, orgel; Ágnes Brouwers- Sásdi, declamatie; Blazersensemble van het Fontys Conservatorium in Tilburg.
Dankzij de uitvoeringen door het Nederlands Kamerkoor, gedirigeerd door Reinbert de Leeuw, is de “Via Crucis” (Kruisweg) van Ferenc Liszt (1811-1886) jaren geleden door het Nederlandse concertpubliek en de Nederlandse koorwereld ontdekt en wordt het werk regelmatig uitgevoerd. In dit passieconcert stond de “Via Crucis” van een andere Hongaarse componist geprogrammeerd, namelijk János Vajda (1949).
Hij werd geboren in 1949 in Miskolc en studeerde compositie aan de Liszt Academie te Budapest bij Emil Petrovics en aan het Sweelinck Conservatorium te Amsterdam bij Ton de Leeuw. Vergeleken met het gelijknamige werk van Liszt is Vajda’s “Via Crucis” grilliger en complexer, maar evenzeer expressief en aangrijpend. Van Liszt hoorden we diens ontroerende “Die Seligpreisungen” voor bassolo, koor en orgel. Het is, evenals “Ave verum corpus”, de “Kreuzandachten” (voor orgel) en “Le crucifix” (voor altsolo en orgel), een typisch voorbeeld van de extreem sobere componeerstijl van de late Liszt, die zijn dagen onder andere in Rome doorbracht en daar, na een veelbewogen en veelbesproken leven, tot “abbé” (priester) werd gewijd. De gregoriaanse hymne “Gloria, laus et honor” vormde de overgang van “Die Seligpreisungen” (waarvan de tekst een gedeelte is uit de Bergrede van Christus) naar het Lijdensverhaal. Maar de programmering van deze hymne was tevens een hommage aan László Dobszay, die zich als musicoloog en dirigent tot op de dag van vandaag zozeer inzet voor het onderzoek naar en de uitvoering van Hongaarse gregoriaanse manuscripten.
Tweemaal Bárdos, maar toch twee verschillende componisten. Het “Popule meus” van Lajos Bárdos (1899-1986) is een indrukwekkend werk voor koor a cappella, gebaseerd op het zogenaamde Beklag Gods, dat op Goede Vrijdag gezongen wordt. György Deák (1905-1991) is de iets jongere en eveneens minder bekende van de twee. Van hem werd “Eli, Eli” uitgevoerd, de laatste woorden van Christus aan het kruis. Woorden die in de “Via Crucis” van Vajda opnieuw klonken. Bij Bárdos zijn deze woorden uitvergroot en kon de emotionele lading ervan tot op het bot worden gevoeld.
Bij Vajda zijn ze ontdaan van alle emotie en zijn ze bijna onopvallend in het groter geheel geplaatst. Het Strijps Kamerkoor had dit programma zó samengesteld dat het als één doorlopend geheel kon worden uitgevoerd en kon worden beleefd. Alle stukken volgden direct op elkaar. Tijdens de verstilde “Kreuzandachten” van Liszt werden Hongaarse teksten gesproken, die de thematiek van het programma verder belichtten.
Het concert werd zeer goed bezocht. De zaal zat behoorlijk vol en er zaten circa 250 mensen in de kerk.
Kijk voor meer informatie op de website: www.strijpskamerkoor.nl
Er is bij het Strijps Kamerkoor plaats voor nieuwe sopranen en bassen.
Subscribe



reacties
plaats een bericht
u moet ingelogd zijn om te kunnen reageren
Login - Registratie