Nederlands - Nederland
inZaken  »  Hongarije  »  Archief
 

Als ze alles van je (willen) weten Over Puskás en privacy:

 based on 2 votes. You need to be logged in to rate an article.

Gepubliceerd door: Peter Olsthoorn Gepubliceerd op: Tuesday 12 January 2010, 15:01

De afgelopen maanden maakten twee films over Midden-Europa diepe indruk op me: Das Lebender Anderen over de Stasi ten tijde van de DDR en Puskás Hungary, over de voetballegende Ferenc Puskás. Ze laten regimes zien die privacy schoffeerden. Nemen bedrijven die rol nu over?


Pijpenstelen regende het in Leiden eind 2009 op de avond van de vertoning van de prachtige documentaire over Ferenc Puskás. Geweldig dat ik regisseur Tamás Almási er mocht ontmoeten, maar wat jammer dat de opkomst zo beroerd was. De Hongaarse ambassade had een prachtig cultureel en promotioneel doel met de film en de regisseur, maar vergat de marketing.

 

Als liefhebber van voetbal, politiek, geschiedenis én van Hongarije vormde deze Puskás-film voor mij één van de boeiendste voorstellingen van het afgelopen jaar. Op een voortreffelijke wijze toont Almási waar die eigenaardige combinatie van enerzijds talent, karakter en (on- Hongaars) aanpassingsvermogen en anderzijds politieke -, historische – en sportieve omstandigheden een persoon kunnen brengen.

 

De film laat fraai zien hoe dat fabuleuze Hongaarse voetbalteam Engeland op Wembley versloeg, maar net als Nederland later door onderschatting verloor van Duitsland in de WK-finale. En hoe vervolgens dat Gouden Team in de chaos van de opstand van 1956 naar  Zuid-Amerika toog en terugkeerde. Puskás koos echter voor het Westen. De internationale voetbalbond, te vaak in de geschiedenis de vriend van dictaturen, belette hem het spelen. De Hongaarse geheime dienst achtervolgde Puskás ondertussen in Wenen.

 

Niets te verbergen?

Een geheime dienst die als geen ander instituut gedurende de communistische overheersing het eigen volk tot vijand maakte. Ze wisten alles van je. Ik  kwam eens op een politiebureau van Nyireghaza om een visum te verlengen. Bleek men precies te weten wat ik die dertig eerste dagen op het visum had gedaan.

 

Na Puskás zag ik Das Leven der Anderen, een geweldige film over de manieren waarop de Stasi in voormalig Oost-Duitsland een kunstenaar langzaam maar zeker kapot maakt door inmenging in zijn privéleven. En opnieuw: niets bleef verborgen, privacy was een farce. Je eigen volk tot vijand maken.

 

Vandaag de dag staat privacy weer ter discussie. Nu is de vraag in hoeverre we privacy moeten opgeven om veiligheid te bewaren. Of zoals tegenstanders van de huidige vergaande maatregelen beweren: de democratie verdedigen door de fundamenten daarvan zo veel mogelijk te ondergraven.

 

Een veel gehoord argument inzake privacy: waarom zou je tegen maatregelen zijn als je niets te verbergen hebt? Degenen die dat zeggen, raad ik aan Das Leben der Anderen te bekijken. Dan leer wat je zoal te verbergen hebt, en wat niet verborgen kan worden indien de staat vergaande middelen kan inzetten.

 

Aan de andere kant geven velen momenteel grote delen van hun privacy bloot op internet, vooral op profielsites als Facebook en Hyves. Jongeren zien er geen been in om hun hele hebben en houden uit te stallen in woord en beeld. Privacy interesseert hen niet. Die vrijheid hebben ze ook; je moet zelf kunnen kiezen. En het is open.

 

Niet transparant is de wijze waarop Niet transparant is de wijze waarop veel bedrijven allerhande data verzamelen die op koopgedrag van invloed kunnen zijn. We lijken vogelvrij. De gemiddelde burger komt tegenwoordig voor in tenminste 500 databanken van overheden, instellingen en bedrijven. In zekere zin heeft dat ook goede kanten. Met business intelligence kunnen bedrijven data analyseren waardoor ze ons veel beter van dienst kunnen zijn. Net zo goed als overheden ons beter kunnen helpen als ze ons min of meer kennen. Dat bespaart alleen al het steeds invullen van gegevens en wachten op besluiten.

 

Had bijvoorbeeld de Hongaarse ambassade voor haar prachtige culturele werken goede marketing kunnen plegen met data van potentiële kijkers voor Puskás, dan was het wellicht drukker geworden in Leiden. Maar moeten we, anders dan in de totalitaire regimes vroeger, niet zelf kunnen bepalen welke organisatie er wanneer en voor welke doeleinden van persoonsgegevens gebruik mogen maken? Zouden we via internet geen toegang moeten hebben tot vrijwel al die data, om ze te kunnen verbeteren, maar ook te kunnen wissen met mogelijk alle (nare) consequenties van dien?


Onbelangrijk? Een vriend van me, topmarketeer in Azië, zei tien jaar geleden al: “Privacy wordt het belangrijkste betaalmiddel van de 21e eeuw. ”Of het zo erg is weet ik niet, maar het is in elk geval van meer waarde dan het nonchalante ‘als je niets te verbergen hebt’.

 

 based on 2 votes. You need to be logged in to rate an article.

reacties

plaats een bericht

u moet ingelogd zijn om te kunnen reageren

  • Facebook
  • LinkedIn
  • Twitter