Röghözkötött of viszlát in Hongarije (deel 2)
Het klimaat heeft mediterrane trekjes, de bevolkingsdichtheid is prettig laag, het landschap bestaat grotendeels uit natuurgebieden in glooiend terrein en files en bedrijventerreinen met zichtlocatie zijn nog onbekend. Mocht iemand Het Dorp van Wim Sonneveld willen voorzien van passende couleur locale, inclusief ‘kar met paard’, dan is dat hier in het zuidwesten van Hongarije geen enkel probleem.
Het eerste deel van de zoektocht verscheen in het vorige nummer van Hongarije in Zaken. Hieronder het tweede gedeelte.
Róland
Als beslist is welke huizen in Kőblény bezichtigd worden, krijgt Róland een telefoontje van mr. drs. Robert Kemkers, makelaar bij GeGe makelaardij (www.hongarijehuis. nl). Kemkers is verbonden aan de universiteit van Groningen en werkt ook aan de universiteit van Pécs. Róland verzamelt dan de sleutels van huizen die leegstaan of waarvan eigenaren niet thuis zijn. Eenmaal in Köblény zoekt Kemkers Róland op, maakt een praatje en neemt de sleutels in ontvangst.
Róland (27) is licht autistisch en niet goed in staat in een reguliere baan te functioneren. Hij volgde een wel vakopleiding op de timmermansschool, een combinatie van leren en werken. In het dorp heeft hij allerlei baantjes, zoals af en toe bij de timmermanswerkplaats, tuinen opknappen en als dat nodig is ervoor zorgen dat op vrijdagochtend de kachel wordt aangemaakt zodat het huis verwarmd is als de eigenaren voor het weekend thuis komen. Hij woont nog bij zijn ouders en krijgt een toelage omdat hij minderbegaafd is. Roland heeft zijn eigen plekje in de dorpssamenleving. Kemkers: “Zulke problemen los je als dorp op, zo’n jongen stuur je niet het dorp uit.” Het dorp ademt een eigen, zeer rustig ritme uit, de mensen in de straat kijken je nieuwsgierig aan. Even een praatje aanknopen gaat niet, met een woordenschat dat slechts viszlát (betekent: tot ziens) en jó (betekent: goed) omvat, kom je niet ver. Na het dorp eindigt de weg en beginnen bos en gebergte, een beetje grotere plaats is vele kilometers ver en openbaar vervoer is niet ruim voorhanden. Dat heeft invloed op de prijzen van te koop staande huizen.
Het versierde smeedijzeren hek met daarin de naam van de eigenaar, vormt over de hele breedte van het perceel een afscheiding met de weg. Het huis staat te koop voor ongeveer 15.000 euro. Maanden later zal een welvarende Hongaarse familie uit de stad een bod doen op het hek van 4.000 euro. Het is een traditioneel gebouwd huis: galerij met tegelpatroon op de vloer en versierde houten pilaren waar het dak op rust. Kamers naast elkaar, houten vloeren, dubbele deuren met houtsnijwerk en gekleurd glas. In elke kamer een bed, een tafel met plastic kleed en stoelen en huisraad. In de achterste ruimte nog genoeg hout om de kachel een aantal maanden te laten branden. De grootste kamer is zowel keuken als eetkamer en is hier ook slaapkamer. Praktisch, dan hoeft men in de winter maar één kamer te verwarmen. Woon-slaapkeukens zijn zeer gebruikelijk.
Het lijkt behang, maar dat is het niet. De lemen muren zijn geverfd, een oude techniek die nog slechts weinigen in Hongarije beheersen. Met stempels of mallen wordt de verf aangebracht, vaak sierlijk gestileerde figuren in rode, gele en groene tinten. Het kan tientallen jaren goed blijven zitten. Behangen is geen goed idee, het zou de natuurlijke vochtregulering aantasten. Achter het huis is in de heuvel een kelder gegraven van tientallen meters lang. Op een verhoging aan een zijde liggen wijnvaten van diverse groottes. Voorbij deze heuvel grasland afgewisseld met bomenrijen en struiken.
‘What can I say?’
Wij staan al even te wachten en nemen de omgeving in ons op. In Somogyhárságy staat dit huis aan een zandgrindweg. Om het huis slingeren emmers, laarzen, doeken, scheve hekken, teilen, stukken kachelhout, blikken en een uitpuilende vuilnisemmer. Onze makelaar van die dag is al door het hek naar het huis gelopen. De deuren en ramen open, de was zonder wasknijpers over de drooglijn. In de tuin een traditionele waterpomp van houten palen. Niemand aanwezig. Ze overweegt wat te doen: alleen vanaf de weg het huis bekijken, schema omgooien, dit huis als laatste bezoeken, eerst lunchen en daarna terugkomen? Bellen heeft geen zin, weet de makelaar, een telefoon is er niet. Een televisie wel, die staat aan en dat is vanaf de weg goed te horen. Langzaam komt een jonge vrouw aangelopen, baby op de arm, peuter aan de hand. Pikzwart haar, donkere huid en ogen, kleurrijke rok. Ze is jong – lijkt nog geen 20 – en haalt haar schouders op als de makelaar haar aanspreekt. Even later voegt zich een oudere vrouw bij hen, net zo donker en net zo’n kleurrijke rok. Wij gaan het huis in, voelen ons ongemakkelijk. De oudere vrouw loopt weg en de moeder volgt ons.
Het huis zelf heeft twee kamers naast elkaar en een bergruimte. In één kamer staat een bed en de televisie, het geluid wordt zachter gezet. Ook is er een kachel om op te koken. Tegen de wand een kast. De voorste kamer heeft kale muren en een grote kleurige vierkante doek op de vloer. Daarop wat kinderkleding, zo het lijkt. Het is een paar seconden stil, waarna de makelaar zegt: “What can I say?” Later komt het verhaal over de Roma-zigeuners: een minderheid in Hongarije, laag opleidingsniveau, hoge werkloosheid, discriminatie en criminaliteit. Een vicieuze cirkel waar ze maar niet uit lijken te komen. Volgens de volkstelling van 2001 vormen de Roma de grootste minderheidsgroep in Hongarije. Officieel zijn er 190.000 Roma- Hongaren, in werkelijkheid 400.000 tot 600.000. En ook deze getallen zijn een schatting, andere getallen geven aan tussen de 10 en 20% van de bevolking.
Moeilijke taal
Hongaars is een moeilijke taal voor buitenlanders. Het heeft niets bekends. Er zijn Nederlandse huizenzoekers die maar blijven struikelen over al die lettergrepen en klanken die zo moeilijk te combineren zijn, zoals Siklós-Máriagyűd, Kadarkút- Vótapuszta, Jászfelsőszentgyörgy, Hódmezővásárhely, Mindszentgodisa- Gyűmölcsény en Andocs- Németsűrűpuszta (‘Poesta vol met Duitsers’). Wiemann (de makelaar uit het eerste deel): “Soms zo moeilijk dat ze mij vragen alleen huizen te laten zien in dorpen waarvan ze de naam probleemloos kunnen uitspreken.” Maar de groet ‘tot ziens’ is snel geleerd: Viszontlátásrá of kortweg Viszlát (uit te spreken als Wieslaat).
School
Lange rijen namen in een groot boek, met kolommen vol cijfers erachter in een keurig regelmatig handschrift in vergeelde inkt. Opengeslagen ligt het op een tafel. Op de grond en onder het raam nog meer boeken. Ook liggen er schriftjes in kinderhandschrift en stempels op menige bladzijde. Schuin valt het zonlicht aan het eind van de middag door de hoge ramen. Stof dwarrelt langzaam neer. De houten vloer laat nog zien waar ooit veel gelopen is. Bij een muur staat het schoolbord, scheef. Krijtjes zijn er niet meer. Niemand heeft er belangstelling voor. Kinderen van het dorp kunnen binnenkomen en spelen hier. De oude school staat midden in het dorp. Ernaast het parochiegebouw en even verderop een toren met klok. Er is geen geld meer voor onderhoud en nu wordt de school verkocht. Het parochiegebouw staat ook te koop. De school bestaat uit een paar ruime lokalen. De vraagprijs, 27.750 euro, is negotiable: de eigenaar wil er graag van af en is bereid met minder genoegen te nemen.
Weg
En dan was er de bouwondernemer in Fadd. Ooit woonde hij buiten het dorp en trainde zijn menpaarden op lange ritten langs de Donau. Het dorp breidde uit en haalde hem in. Nu wil hij weer in de natuur wonen. In zijn stallen staan twaalf prachtige schimmels. Er is een ruim kantoor, woonhuis en zelfs een appartementencomplex met vijf kamers voor 145.000 euro. Serieuze belangstellenden neemt hij mee voor een ontspannen trainingsrit langs de Donau. En het huis voor 25.000 euro van het oudere echtpaar dat naar Pécs wilde, dichter bij medische voorzieningen. Hun radiatoren worden voorzien van warm water door buizen die in een hoek van 45 graden uit het plafond kwamen. Kwestie van hout stoken, de gloeiend hete stoom laten opstijgen en daarna doet de zwaartekracht de rest. Of de reeds gemoderniseerde woning voor bijna 22.000 euro. Weg de versierde galerijpilaren, de luiken, de tegelvloeren met ingelegd motief en de tegelkachel die twee kamers tegelijk kon verwarmen. Weg charme.
Ook was er het huis (55.000 euro) dat nooit af was. Zelfs terwijl het al een paar jaar te koop stond, werd er verder gebouwd. Er waren waarschijnlijk meer dan twintig vertrekken, vier tegelkachels, twee garages, een inpandige kas, een wintertuin en een oosters aandoende kapel. Of het gloednieuwe huis van 95.000 euro, ook negotiable, met het prachtige uitzicht vanaf het ruime overdekte terras; alleen de badkamer en de keuken wachten nog op afronding.
Röghözkötött
Honderden Nederlanders per jaar gaan op zoek naar een huis in Hongarije. Aangetrokken door het klimaat, de prijs, de nostalgische dorpen, rust en natuur. Een dag flink doorrijden en je staat aan de Hongaarse grens. “Maar”, waarschuwt Kemkers, “realiseer je wel dat er weinig landen zijn die zo anders zijn qua cultuur, geschiedenis en volksaard en zo dichtbij Nederland liggen. Hongaren zijn allesbehalve wereldburgers. Erg op zichzelf, wel gemoedelijk maar ook een beetje stug. Een Hongaar kan melancholisch zijn, depressief, maar zegt ook: ik kan wel moeilijk doen, maar er niet veel aan veranderen. Over iemand die zelfmoord heeft gepleegd (Hongarije hoort bij de landen met het hoogste percentage zelfmoorden ter wereld, red.) zegt hij: heeft niet getracht er het beste van te maken.” Volgens Wiemann zijn Hongaren altijd gericht geweest op het westen van Europa, ongeacht de Aziatische roots in een ver verleden. “In mijn ogen zijn ze altijd veel meer Europees dan de Slavische volkeren er omheen. Tsjechen vinden dat ze al in Oost-Europa wonen, terwijl een Hongaar zijn land altijd in Centraal Europa situeert.”
Hongaren mogen dan wel graag klagen, het land verlaten ligt niet in hun aard. Hongaren zijn buitengewoon honkvast. Er bestaat zelfs een apart woord voor: röghözkötött. Wiemann: “Hongaren verklaren buitenlanders voor gek die oude boerenwoningen met een grote lap grond in een klein dorpje tussen de uitgestrekte heuvels willen kopen. Deze rijke westerlingen kunnen in de ogen van de Hongaren toch makkelijk een prima flatje in de stad kopen!” Maar zelfs als ze vertrekken verlaten Hongaren liever niet hun eigen streek. Ze gaan vaak niet verder dan een dichtbij gelegen stad. Van het zuidwesten naar Budapest is voor vrijwel iedereen veel te ver. Zij gaan liever naar steden als Kaposvár, Pécs of zelfs het kleine Dombóvár met circa 25.000 inwoners. Het land verlaten is voor bijna iedereen vele stappen te ver.’ Volgens Kemkers komen jaarlijks honderden Nederlanders naar een huis kijken in Hongarije. Gemiddeld gezien zullen vijftig van hen daadwerkelijk emigreren. “Vaak zijn het mensen die nu goedkoop kopen om er na hun pensionering gebruik van te maken.”
De naar Nederlandse begrippen zeer lage huizenprijzen oefenen een grote aantrekkingskracht uit. Maar er komt meer bij kijken om ergens te aarden dan de aanschaf van een goedkoop huis. Kemkers: “Voor de meeste Nederlanders is alles achter – of misschien al vanaf - Oost-Duitsland grauw en flets. Ze zeggen net zo makkelijk dat de hoofdstad van Hongarije Boekarest is. Wie zegt dat hij naar Hongarije gaat heeft wat uit te leggen. Ik denk dat de gemiddelde Hongaar meer weet van Nederland dan andersom.” Deze week heeft ons veel geleerd: Hongarije is prachtig, anders, met vele mogelijkheden en onverstaanbaar. We besluiten tot een viszlát, tot ziens.
Tekst en foto’s: © Leidy Jelsema
Subscribe



reacties
plaats een bericht
u moet ingelogd zijn om te kunnen reageren
Login - Registratie